Presles
Orco

Noor in Incastromania (6a) 





Ik in Biancha Parete 6B+ 



Martin in Biacha Parete 6B+ 














Fessura Kosterlitz 














Frank in een 6C+ vuistcrack 













Alpinisme & klimmen
Nederlandse klimmer&alpinist
Freelance werkzaam in de klim- en bergsport

Presles







Orco
















































































Het laatste half jaar liep anders dan bedacht ( eh ja, voor wie niet? ). Mijn plan was om geheel april in de Alpen te zitten en in september op expeditie te gaan. Tja, het mocht niet zo wezen. Na de lockdown mocht er vrij gauw een streep door de gedroomde maand mixed klimmen. Verder plannen dan maar? Mwah. Mijn werk ging dicht en de einddatum voor heropening werd door de overheid op 1 september gelegd. En toen werd het toch 1 juli. De expeditieplannen hielden we open, want wie weet hoe de wereld er in september uit zou zien. Maar toen de zomer dichterbij kwam, besloten we ook daar de stekker uit te trekken. Jammer, maar onvermijdelijk. Geduld hebben en aanpassen was het beste dat ik kon doen. En eigenlijk was ik al heel blij ” gewoon” naar de Alpen te kunnen.

Het is begin juli en in alle drukte rondom werk had ik niet erg de moeite genomen om klimmaatjes te zoeken. Maar gelukkig mocht ik aanhaken bij mijn Amsterdamse klimvrienden Willem en Noor. Het plan was gauw gemaakt: Courmayeur als bestemming en een tentje op de gletsjer als coronaproof vervanging voor de berghut. Daarnaast zou een nachtje in de camper op de Grand St Bernard-pas (2469m) onze onder zee-niveau levende lichamen moeten klaarstomen voor het hogere werk. Ik tref Willem en Noor op de col en we zijn helemaal enthousiast over het idee om weer de bergen in te gaan.
De volgende ochtend brengt de lift ons naar Pointe Helbronner. We zetten ons tentje op, besluiten dat het toch te laat is voor de Tour Ronde noordwand en zetten koers naar Pic Adolphe Rey. Ik had hier drie jaar geleden al eens de Bettembourg geklommen en was toen erg enthousiast over de mooie spleten. Wij hebben nu het plan om de Salluard route te klimmen. Met 6a als maximale waardering misschien niet zo’n moeilijke route, maar in het Mont Blanc-massief zijn old-school routes zelden eenvoudig te klimmen.





We lopen op ons gemak naar de instap en zien dat er al meerdere touwgroepen zijn. Willem trapt af en klimt de eerste lengtes voor. Yes, dit voelt lekker! De tweede lengte heeft een klein dakje en is gelijk de crux van de route. In de topo staat ook dat hij soms als 6a/A1 geklommen wordt. Het lukt me om vrij te klimmen maar daarna ben ik volledig buiten adem. We realiseren ons dat we ruim boven de 3000m bezig zijn. Ik neem dan het voorklimstokje over. De ene na de andere mooie lengte volgt op elkaar. Jammen en schoorsteenklimmen, I love it! Het hoogtepunt is een spectaculaire schoorsteen met binnenin prachtige spleten. Ik geniet van het klimmen en ben helemaal blij weer terug in de bergen te zijn.





Er volgt nog meer moois. Het graniet is in dit deel van Chamonix echt supergoed. Type 1 fun. Elke lengte is weer anders, maar het volgt altijd een logisch spletensysteem. Bizar idee toch, dat ik eergisteren gewoon nog achter de computer zat en dan zo snel in deze prachtige omgeving kan zijn.
En dan is na 10 lengtes het einde van de route bereikt. Een reepje op de top, een blik op de overige doelen van de week en de tenen uit de schoenen. Genieten! Daarna is het altijd even aanzetten om weer in actie te komen. Na enig uitstellen starten we het abseilen. Het zwaarste deel van de dag moet namelijk nog komen. Onze tent staat een stuk hoger en we moeten door de brandende zon nog terug naar boven ploeteren. Ik loop bewust rustig en hou het tempo laag, maar als we weer terug zijn bij het tentje voelen we toch de inspanning. Als we eenmaal in de tent liggen, bonken onze hoofden en gaan de zakjes vriesdroogvoedsel niet bij iedereen op.


Wat doen we morgen? We zijn een beetje te gaar om echt goed over deze vraag na te denken. Willem geeft aan dat hij liever een dagje wilt bijkomen. Noor en ik wikken en wegen, maar besluiten dan toch voor de Tour Ronde noordwand te gaan. Het lijkt mij een leuke route en een mooie kans om dit jaar toch nog iets van sneeuw en ijs mee te pakken. En het is een Chamonix klassieker, dus let’s go!

De volgende morgen staan we enigszins brak op. Eh….waarom was dit ook alweer leuk? Maar als we eenmaal lopen verandert mijn mindset gauw. We hebben alle tijd en gaan een leuk dagje tegemoet. Het spoor is super goed en de sneeuw is perfect opgevroren. De condities zijn eigenlijk super goed. De randspleet is ook eenvoudig te beklimmen. Ik plaats een cam in de rots en we klimmen tegelijkertijd met 20m touw tussen ons in. Vroeger soleerde ik vaak steile sneeuw, maar tegenwoordig probeer ik altijd aan de berg vast te zitten. Dit geeft uiteindelijk een stuk meer veiligheid en het hoeft niet veel extra tijd te kosten.




De route is al volledig uitgespoord en we staan in een mum van tijd onder de korte mixed M3 passage. Aan Noor de eer om deze te beklimmen. Na een valse start door een los stijgijzer klimt ze er vastberaden doorheen. Er stroomt water en de rots is wat lossig. dus helemaal aangenaam is de passage niet. Maar je staat na enkele stapjes gauw weer in een makkelijk terrein. Daarna komen we in de prachtige gully die nog vol firn zit. Aan lopende zekering klimmen we door. Het is nog maar 6.00 in de ochtend maar toch staat de zon al in de geul. De zonnestralen geven een vriendelijke ambiance en het is simpelweg genieten.



We blijven klimmen aan lopende zekering. We slagen er steeds in om elke 20m een goede cam of ijsboor te vinden. Alles loopt eigenlijk gesmeerd en we voelen ons veel beter aan de hoogte gewend dan gisteren. Het monotone firnklimmen vind ik eigenlijk ook altijd wel leuk. Je komt in een flow en je kan met verstand op nul door stampen. Lekker simpel, geen gedoe. Noor klimt vrolijk achter me aan en de top van de wand komt rap dichterbij. Dan is het nog even om de berg heen traverseren. We krassen op de stijgijzers door de rots heen en komen dan op de normaalroute uit. Het uitzicht op de Mont Blanc is indrukwekkend!



We zijn mooi op tijd op de top. Voor Noor was het haar eerste alpiene sneeuw en ijs noordwand en het liep super goed. Yes! We vragen ons af hoe lang de condities nog goed zullen blijven. Het weer is schitterend en de zon brandt fel. Het is jammer dat de routes in Chamonix altijd zo gevaarlijk worden als het warm wordt. Maar het is niet anders. Nu zat het mee voor ons en was de timing helemaal goed.
De afdaling is nog een beetje zoeken. De Rockfax topo geeft aan dat we de graat moeten volgen, maar het is wel degelijk belangrijk om af en toe de flank in te duiken. We doen een paar onnodig moeilijke stukjes en realiseren ons dat we echt veel lager moeten zitten. Het kost een beetje tijd en we komen bij het abseilen vast te zitten achter een paar trage Italiaanse touwgroepen. Ach ja, maakt ook niet uit, we hebben geen haast. En hoewel we een stukje beter geacclimatiseerd zijn, blijft de tocht terug naar de tent een vermoeiende en warme bedoeling.
We treffen Willem bij de Torino hut. Hij heeft lekker gechilld. De rest van de dag drinken we espresso’s en eten we taartjes. Life is good! Wat gaan we morgen doen?

Ettringen is mijn favoriete klimgebied dichtbij Nederland. Er is zo veel te doen en het is een perfect oefengebied voor granietroutes elders in de wereld. Maar eigenlijk is het voor mij meer dan een trainingsgebied. In Ettringen ontdekte ik dat ik trad- en spleetklimmen heel leuk vind. En dat was best een eye-opener. Vroeger droomde ik vooral van lange alpiene wanden en zag ik single-pitch rotsklimmen als training. Dat veranderde toen ik de specifieke Ettringen klimstijl langzamerhand begon te beheersen. Het klinkt misschien wat overdreven, maar er ging geleidelijk een hele nieuwe klimwereld voor me open toen ik ontdekte dat 15 meter uitdagend, technisch klimmen ook een heel toffe ervaring is.
Het leuke is dat de specifieke crackskills in veel andere klimdisciplines ook goed van pas komen. Zelfs in moeilijke kalkroutes vind ik soms een goede rust door een handjam. Of tijdens het mixed klimmen als ik mijn handen met handschoenen in een brede crack prop. Supersolid! Maar belangrijker is dat mooie crackroutes voor mij een doel op zich zijn geworden. De alpiene avonturen en expedities lonken nog steeds, maar de specifieke klimtechnieken, intense gevechten, spanning van de eigen afzekering en de sportieve uitdaging van het trad-klimmen zijn verslavend. Gelukkig is Ettringen zo’n 3,5uur rijden van mijn huis en wie goed in Europa zoekt vindt nog veel meer moois als het om spleetklimmen gaat.
Hieronder een aantal foto’s die in Ettringen genomen zijn in de afgelopen jaren. Ze hebben nog niet eerder op mijn website gestaan en het leek me leuk ze alsnog te delen. Ik ga er zo gauw mogelijk weer naar toe! Kan niet wachten!
















‘ De 0 graden grens ligt komende dagen op 3700 meter hoogte. Dat is erg warm. Het zou best kunnen dat we komende week helemaal geen ijs kunnen klimmen.’
Met die woorden begin ik mijn uitleg over de condities aan de deelnemers van de Expeditie Academie aan het begin van onze week. Hoe anders zou het uiteindelijk lopen! We hebben een mooie week gehad, met een propvol programma. En tegen de verwachtingen in hebben we nog heel veel ijs geklommen ook :). Hier een verslagje van de eerste twee dagen op de TÃĒtes de Sainte Marguerite. Onderaan vindt je ook nog foto’s en een filmpje van de overige dagen.
Sinds begin 2019 werk ik als coach voor de derde lichting van de NKBV Expeditie Academie. Ik vind het een hele toffe job! Tijdens dit tweejarige traject begeleid ik de deelnemers in hun ontwikkeling tot expeditieklimmer en ondersteun ik de teamvorming. Uiteraard is het belangrijk dat we met elkaar goede beslissingen maken over risico en veiligheid. Als coach probeer ik te helpen bij het maken van verstandige keuzes. In de praktijk betekent dit veel klimmeters maken en nieuwe ervaringen opdoen. In het terrein lopen we dan vanzelf tegen allerlei interessante beslismomenten aan.

De week begint met het dilemma waar we ondanks de hoge temperaturen nog veilig ijs kunnen klimmen. Al brainstormend hebben Jeffrey, Dennis, Sjoerd, Anniek en ik samen een plan uitgewerkt waarbij we voorzichtig gaan proberen of we nog veilig ijs kunnen vinden op de TÃĒtes de Sainte Marguerite. Deze wand is hoog gelegen en ligt altijd in de schaduw. We weten weinig van de condities en we komen vers uit Nederland, dus het wordt een gokje. We besluiten om ook winterkampeerspullen mee te nemen, zodat we in ieder geval een leuke tijd hebben als het ijsklimmen niet doorgaat. Met niet al te hoge verwachtingen en met goede zin verlaten we ons huis in Mont Dauphin.

Tijdens de aanloop komen we verschillende klimmers tegen die ons vertellen dat de condities heel goed zijn. Langzamerhand worden we steeds optimistischer. We lopen naar de instap van de routes en zien dat er nog prima ijs is. Yes! Het is wat aan de warme kant, maar we zijn overtuigd dat het safe is. Vol goede moed lopen we terug naar onze tentjes in het bos, waar we gaan overnachten. Voor sommigen is dit de eerste keer winterkamperen, en ook dat is een nuttige ervaring met het oog op onze expeditie in 2021.
Sjoerd, Dennis, Jeffrey, Anniek en ik stappen de volgende ochtend de Canaille de Gauche in. Het is een mooie, esthetische gully tot halverwege de wand. De eerste lengte is dun geworden en in het donker is het wel even zoeken waar we het beste naar boven kunnen. Daarna wijst de route zichzelf. Leuke ijspassages worden afgewisseld met eenvoudige stukken sneeuw. Het is bijna jammer als we in het grotje bij het einde van de route zijn. Alles is prima verlopen en we hebben de beklimming op een rustige en leerzame manier kunnen doen.


Na het abseilen lopen we een stukje door naar de Compagnie des Glaces en de Retour aux sources. Ons beslisproces wordt een handje geholpen als we een online bericht vinden van twee dagen geleden dat goede condities aangeeft. Sjoerd, Dennis en ik willen wel voor de 700m lange Compagnie des Glaces gaan. De uitdaging is dan om ruim voor het slechte weer in het dal terug te zijn. DAV Bergwetter belooft ons een heuse Wettersturz in de loop van de middag. We bestuderen de topo en stellen vast dat de afdaling ons in een ander dorp gaat uitbrengen, dan waar onze auto staat. Logistiek is het daarom het meest handig om beneden in het dal te overnachten. Elk nadeel heeft zijn voordeel (vrij naar onze voetbalguru JC) en wij besluiten om dit gezegde eens in de praktijk te brengen door een pizza in het dal te gaan eten en een deel van onze uitrusting naar beneden te sjouwen. Daarentegen tonen Jeffrey en Anniek de ware expeditiementaliteit door nog een nachtje in het bivaktentje door te brengen.


In het donker lopen we de volgende ochtend naar boven. De routebeschrijving geeft ondanks zijn 700m lengte slechts 4 a 5 uur voor de gehele route. Het betekent dat we veel aan lopende zekering zullen moeten klimmen om op tijd boven te zijn. Ons doel is om ieder geval in gidsjestijd de top van de route te halen. Dat is gelijk een mooie training voor de lange noordwanden die we later in het traject willen gaan doen. Bij de instap aangekomen gaan Boris, Anniek en Jeffrey rechtsaf richting hun route en wij sporen naar het begin van onze route. We zullen hun de komende uren niet meer zien.
Het eerste stuk klimmen we zonder touw. Zekeren is onmogelijk en ik heb al lange tijd niet meer in zulke makkelijke en goede firn geklommen. De lijn loopt door een mooie kloof en we winnen snel hoogte. Genieten! Na een paar honderd meter wordt het steiler en pakken we het touw erbij. Voor de eenvoud hebben we in onze driemanstouwgroep alleen een 60m enkeltouw mee en met behulp van een Petzl Micro Traxion kunnen we zo efficient en veilig aan lopende zekering klimmen. Dit maakt de touwhandeling eenvoudig en zorgt ervoor dat we snel kunnen wisselen tussen uitzekeren en lopende zekering.


Er volgen een paar leuke, korte mixed passages. Dennis klimt het mooiste stukje voor: een M4 passage waarbij je echt moet drytoolen. De vaart zit er lekker in en niet veel later staan we onder de 30m waterval. Sjoerd klimt er efficient doorheen. De laatste paar honderd meter gaan door makkelijke sneeuw, maar voor de oefening bijven we aan touw en leggen we zekeringen in de rots. Na 4 uur klimmen staan we op de col. Missie volbracht! De condities waren perfect, maar 700m blijft een lang stuk waar je veel tijd kan verliezen. Het weer is nog prima en we genieten van een heerlijk rustige dag in de bergen.

Nou ja, missie volbracht? We moeten nog 1000m afdalen door heupdiepe sneeuw. Het levert weer eens hilarische taferelen op. De kruip en naar beneden glij tactieken blijken maar weinig effectief en we zitten regelmatig muurvast. Maar aan alles komt een eind en rond de lunch ploffen we neer op het terras in Monetier Les Bains. We proosten op een paar heerlijke dagen en we evalueren onze beklimming van vandaag. Alles liep efficiÃĢnt en het was leerzaam. De routes op de TÃĒtes de Sainte Marguerite waren een goede voorbereiding op het langere alpiene werk. Komende dagen zullen we verder trainen op ijs, dry en skien. En dan later in het jaar hopelijk een paar mooie noordwanden…..? Wie weet! Deze dagen waren in ieder geval veelbelovend!
Hieronder foto’s en een filmpje van de rest van de week.













Een van de meest bijzondere tradities in het huidige Nederlandse expeditieklimmen is de jaarlijkse Herman Plugge avond. Alle Nederlandse (niet commerciÃĢle) expedities vertellen dan het verhaal van hun avontuur in de woonkamer van Herman Plugge. Dit jaar waren Niek en ik uitgenodigd om een korte presentatie te geven over onze avonturen in de Revelation Mountains in Alaska. Daarnaast waren er mooie verhalen over een Nepal expeditie en een trip naar de Djangart-range in KirgiziÃĢ. En niet te vergeten een mooie historische film over een beklimming van de Nilgiri in Nepal in 1961.
Op het einde van de avond bespreekt een vakjury dan nog eens alle expedities. Dit jaar was het oordeel dat de echte Irish Coffee award niet uitgereikt zou worden, omdat er geen expeditie bij zat die in het rijtje van de voorgaande winnaars zou passen. Wel ging de Engagement trofee naar Niek en mij. Het gaat om een aanmoedigingsprijs voor onze trip naar Alaska. Tof natuurlijk! Op de foto zie je in mijn handen de mooie snowstake-trofee die ooit eens gevonden is op een expeditie in de Himalaya. Daarna serveerde Herman de zelfgemaakte Irish Coffee.
Het was weer een gezellige en bijzondere avond. Mooi dat deze traditie nog steeds in stand gehouden wordt.
Zal het gaan? Ligt er niet te veel sneeuw? Heb ik alles bij me? Kan ik het wel maken om niet op mijn werk te zijn? Het zijn vragen die door mijn hoofd spoken als ik in mijn eentje de auto in stap. Ik ben op weg naar Chamonix. Hoe vaak ben ik daar nu al niet geweest? 20 keer? Of 40 keer? Het maakt niet uit. Ik voel nog steeds dezelfde lichte zenuwen als ik aan de reis begin. Alles van het dagelijks leven loslaten, terwijl er altijd zo veel te doen is. En dat inruilen voor het vooruitzicht van kou, inspanning en toch ook het risico. Waarom toch elke keer weer?
Ik ben al vaak omgedraaid in grote routes. Soms door slechte condities, maar ook omdat ze te moeilijk voor me waren. Met winterklimmen heb ik al helemaal vaak de route niet afgemaakt. Vastgelopen in de poedersneeuw, de randspleet niet kunnen overwinnen, te dun ijs, een verkeerd weerbericht. Te veel redenen om op te noemen. En ik ben best een koukleum en ik heb me al vaak voorgenomen dat ik maar beter sportklimmer kan worden.
Maar er is ook iets in winterklimmen dat me fascineert. Het afzien, de witte bergen, het wachten op de juiste condities. Maar de laatste jaren zijn de omstandigheden in Chamonix zelden goed. Dit jaar lijkt het anders. Het Ephemeric Ice lijkt gevormd. Bijzondere routes zoals Beyond Good and Evil en Supercouloir worden geklommen. Het lijken me fantastische en ook heel moeilijke beklimmingen. De verleiding is groot om zoiets te proberen. Maar het verstand wint: ik wil iets doen met een grotere slagingskans. Ik ga in mijn eentje 1000km rijden en het idee om dan met lege handen terug te rijden staat me tegen. Line begrijpt mijn wens en we besluiten al een paar dagen van te voren om voor Fil a Plomb te gaan. Een beklimming van 700m, bestaande uit een combinatie van verschillende lengtes steil klimmen en sneeuwcouloirs.


Op woensdag ochtend tref ik Line bij de supermarkt in Chamonix. We doen onze laatste voorbereidingen en besluiten het onszelf makkelijk te maken. Een pizza als avond eten, de dikste slaapzakken die we hebben en een tentje om warm in te slapen. De pizzabakker raadt ons de pizza raclette aan, maar daar krijgen we algauw spijt van. We worden elk uur wakker met een droge mond en drinken al ons water op. In de ochtend moeten we extra veel sneeuw smelten om voldoende drinken mee te nemen in de route. We zijn daardoor later dan gepland….





We vertrekken rond 5:45 bij de tent en proberen het spoor te volgen dat naar de instap loopt. Soms is de sneeuw hard, maar vaak zakken we toch nog weg in de verse poeder van afgelopen weekend. Gisteren zagen we nog hoe een helikopter een reddingsactie uitvoerde boven de crux van de Fil a Plomb. Dit team liep hier gisteren ook -waarschijnlijk vol goede moed- onderweg naar een nieuw avontuur. Net zoals wij dat nu doen. Wat zou er met hun gebeurd zijn? Ik hoop dat alles goed is afgelopen.
Als we bij de randspleet zijn, zien we nergens andere klimmers. Gelukkig maar. Geen vallend ijs en we kunnen het zo in ons eigen tempo doen.




In maart 2007 had ik Fil A Plomb al eens geprobeerd. Toen liep ik vast op de steile crux passage. Het ijs was hard en dun en ik vond het eng. Mijn maatje wilde ook niet verder. Als ik bij de eerste mixed lengtes aankom herinner ik me deze passage nog goed. Het is al bijna 13 jaar geleden maar toch lijkt de herinnering nog vers. Eerst links, dan meteen weer rechts. Nog steeds leuk klimmen đ



We laten gauw de mixed lengtes achter ons en deze keer is het aan Line de eer om de steile crux lengte voor te klimmen. De condities zijn gelukkig beter dan in 2007. Meer ijs en meer gehakte gaten van eerdere klimmers. Het begin is loodrecht en verzurend. Na een paar meter wordt het minder steil en wordt het genieten. Line gaat lekker, maar als ze halverwege de lengte is, begint de spindrift. De stuifsneeuw is niet prettig, maar ze gaat rustig door. Als ik naklim weet de spindrift mij ook te pakken te nemen. Ik heb mijn capuchon op, maar de koude sneeuw stroomt toch langs mijn gezicht. Mijn handen worden koud van het knijpen in de bijlen. Eenmaal op de stand komt het gevoel terug. Ik krijg screaming barfies, een misselijkmakend gevoel van pijn die me doet schreeuwen.



Na een paar minuten zijn mijn handen weer warm. We genieten van het technische klimmen. Zoveel ijs is er niet, maar het is genoeg om erdoor heen te komen. Daarentegen is er wel heel veel sneeuw, te veel zelfs. Het sporen valt ons zwaar en in het laatste deel van de route verliezen we veel tijd door de diepe poeder. We staan om 15.00 op de col en weten dan al dat we de laatste lift waarschijnlijk niet gaan halen.



Wat volgt is nog drie uur lang ploegen door soms heupdiepe poeder. De laatste lift gaat om 16:30 en we zijn overduidelijk veel te laat. Ik voel de hoogte, mijn rechterschoen schuurt op mijn huid maar toch geniet ik van het harde werken. Het is het allemaal waard. En wat een voorrecht om deze populaire route als enige touwgroep te kunnen doen.

Rond 18:00 trekken we de deur van het liftstation achter ons dicht. We kunnen pas morgen ochtend naar het dal, maar we zingen onze tijd hier wel uit. De enige verwarmde plek is het toilet. We installeren ons op de koude tegels en ik kruip in mijn plastic bivakzak. Na zo’n lange dag vol inspanning maakt het allemaal niet meer uit. Zonder slaapzak en matje is het zelfs nog een beetje fris. Elk uur gaan er mysterieuze, automatische luchtverfrissers aan en de sensoren van de lampen worden al geactiveerd bij een kleine beweging. Maar het kan ons niets meer schelen, want we hadden een fantastische dag in een mooie, winterse Fil a Plomb. Hier zat ik al een tijdje op te wachten.



Leon en ik rijden de camping ‘Monte Bianco’ in Courmayeur op. Het voelt enigzins awkward, maar we zijn op zoek naar Matteo, de berggids en campingbaas die veel schijnt te weten van het klimmen boven Courmayeur. Het wordt de komende dagen goed weer en we willen graag een lange route aan de zuidkant van de Mont Blanc klimmen. Misschien wel de Peuterey Integrale. Maar het is heet geweest, heel heet. En we lezen op internet veel over steenslag en uit elkaar vallende bergen. Het weer lijkt echter koeler te worden en misschien dat Matteo ons toch gerust kan stellen.
We lopen de kantine in en stappen aarzelend naar een man die aan het werk is.
‘Are you Matteo?
‘Yes, I am.’ Hij lijkt niet helemaal geïnteresseerd.
‘Do you know about the conditions on Peuterey Integrale?’
Hij draait zich resoluut om. Er wordt iets in hem geactiveerd.
‘Go home! It’s very dangerous right now. Many accidents and rockfall.’
Hij geeft ons het onvermijdelijke antwoord. De hittegolven hebben onherstelbare schade aangericht. Het laatste beetje hoop vervliegt maar we zijn blij met zijn eerlijkheid en zijn directe antwoord. Soms heb je net dat duwtje in de juiste richting nodig.

Op zoek naar een alternatief dus. Ik vertel Leon over de Cordier Pillar, een route die ik als 19-jarige klimmer in 2006 al eens geprobeerd had. Toen was het veel te veel voor ons. De met 5c gewaardeerde lengtes voelden onmogelijk, we gingen te traag en we raakten de weg kwijt. Onder ons vlogen rotsblokken ter grootte van vrachtwagens over de gletsjer. Niet echt goed voor je gemoedsrust. We daalden af met de staart tussen onze benen. Een week later spraken we een ervaren koppel in de Envers hut die ook bij de Grands Charmoz wilden gaan klimmen. Ze vertelden over hoe ze op de morenerug bivakkeerden en in de nacht een gigantisch gerommel hoorden. Er kwamen honderden kubieke meters rots naar beneden over de aanlooproute. Het Rognon de Nantillons spuugde een grote rotslawine uit. Het koppel was erg geschrokken en is niet gaan klimmen die dag. Ik ervaarde voor het eerst dat sommige bergen in Chamonix een tijdbom kunnen zijn.
In 2015 ben ik nogmaals gaan kijken bij de Cordier Pillar. Wederom kwam er veel steenslag over de aanlooproute bij het Rognon . Het risico voelde als onverantwoordelijk en we liepen terug naar de Contamine-Vaucher op de Peigne om daar te klimmen. Dat voelde als een veel betere keus. De route bleef wel in mijn hoofd hangen. Ik ging me er in verdiepen en het bleek dat je de aanloop ook langs de Aiguille de l’M en Petits Charmoz kan doen. Dat zou het grootste risico vermijden. Toch de Cordier dan maar? Leon en ik redeneren dat de Grands Charmoz een veel lagere berg is dan de Mont Blanc en dat veel permafrost waarschijnlijk al gesmolten is….ofzo. Het is twijfelachtig of ons nieuwe plan ook Matteo zijn goedkeuring zou hebben, maar het voelt in ieder geval beter dan de gevaarlijke zuidkant van de Mont Blanc.



We nemen de kabelbaan en lopen rustig naar onze berg. Het tentje zetten we op in het blokkenterrein, ver van alle steenslag vandaan. Het is mistig en we horen een helikopter in de omgeving van de Charmoz af en aan vliegen. Geen idee wat er aan de hand is. En opnieuw horen we steenslag bij het Rognon. Er loopt een groot, traverserend spoor precies door de gevaarlijke zone, maar wij hoeven morgen hier gelukkig niet langs.
Als we opstaan zien we de lampjes van andere touwgroepen. Ik tel vier of vijf touwgroepen. Onze aanloop is iets langer, maar we weten gelukkig als tweede touwgroep in te stappen. De randspleet is geen probleem, maar het is altijd wel zo’n bizar gevoel om met je klimschoentjes van de sneeuw af te gaan en de rots in te stappen. We willen geen andere touwgroepen laten wachten en in de haast presteren het allebei om onze ijsboor aan onze gordel te laten hangen. Om te voorkomen dat hij gestolen wordt nemen we hem maar de hele route mee. Echt zwaar is het niet, maar op een 700m hoge granietwand is het wel een nutteloos item….




De eerste lengtes voelen onwennig. Leon klimt de 2e en 4e lengte heel steady voor. Ze zijn niet eenvoudig, soms wat grassig en steil. Maar onze tassen zijn licht en we komen er toch redelijk snel voorbij. Ik herken het punt waar ik in 2006 omhoog klom en vast kwam te zitten. Voor me zit een andere touwgroep die uren voor ons zijn vertrokken. De man vertelt me dat hij op dezelfde plek verkeerd is geklommen. Dat kost natuurlijk veel tij, maar ik begrijp als geen ander dat de route naar boven toe er logisch uit ziet. Toch klim je jezelf dan vast. In plaats van recht omhoog moet je de 6A fingercrack naar links nemen. Het ziet er pittig uit maar eigenlijk valt het me nu behoorlijk mee. En het is mooi klimmen!


De zon gaat nu op de wand schijnen, het terrein wordt makkelijker en Leon en ik gaan aan lopende zekering verder. De rotskwaliteit wordt steeds beter. De laatste vijf lengtes zijn het mooiste. Je volgt een prachtig spletensysteem met verschillende 6a/6b lengtes. We jammen er op los en genieten van het mooie klimmen. Ik ga voorop in de 6a+ vingercrack en zeker hem af met kleine cammetjes. De eerste 10 meter zijn spannend, en daarna blijft het listig. Gave cracks hierboven, en het was de lange klim hier naar toe waard.



Leon doet nog een mooie handcrack en daarna is het mijn beurt om de brede 6a/6b spleet te klimmen. Speciaal voor deze lengte hebben we een cam maat 4 meegenomen. Ik moet wel even slikken. Ik vind hand- en vuist cracks fantastisch, maar van de bredere off-width maten snap ik nog steeds vrij weinig. De lengte start met handverklemmingen en begint makkelijk. Op 2/3 van de lengte is de spleet al breder dan mijn vuist. Ik verklem mijn been en schuif de cam maat 4 naar boven. Langzaam ploeter ik mezelf naar boven. De spleet wordt steeds breder en naarmate ik hoger kom begin ik het klimmen steeds ongemakkelijker te vinden. Eh….de cam maat 4 is nu al bijna te klein voor deze brede spleet. Hoe dan? En mijn handverklemmingen voelen nu niet meer zo solide. Ik pak een oud touwtje vast en ga op een treedje buiten de spleet staan. Ik klim door en merk dat de moeilijkheden over zijn, want ik kan weer laybacken aan de flake. Een beetje jammer van mijn smokkel, toch nog maar eens beter off-width leren klimmen. Maar wat een fantastische lengte!
Het is een uur of 14.30 als we de route uittoppen. Voor Leon en mij onze eerste alpiene route samen. Het liep ontspannen en het werkte goed tussen ons. We doen nog een halve poging om op de echte hoofdtop 50m naar rechts uit te komen, maar gaan toch terug omdat we de nog hele route moeten abseilen.




20 touwlengtes lager staan we weer op de gletsjer en ben ik een schaafwond rijker door een stomme actie. Pas als we rond 19.00 terug zijn bij het tentje kunnen we opgelucht adem halen. De Cordier Pillar is een mooie klassieker, maar de afdaling is lang en op oude mephaken. Je moet gefocust blijven en de Nantillons gletsjer blijft een beetje freaky. En met de smeltende permafrost voelt alles soms een beetje als tijdbom.
In de nacht regent het hard, maar wij liggen warm en beschut in ons tentje. Soms is dat het beste gevoel, dat je weet dat je veilig ligt, terwijl het buiten hondenweer is. Als we opstaan is de Charmoz in de wolken gehuld. We ontbijten rustig en maken ons klaar voor de terugtocht. Dan laat de top zich even zien. Ik pak gauw mijn camera en schiet onderstaande foto. Daarna blijft de top in de wolken gehuld. Wij keren de Cordier Pillar de rug toe, lopen terug naar de kabelbaan en zijn weer een belevenis rijker.

Info:
Grands Charmoz Westwand.
Cordier Pillar
Geopend door: Patrick Cordier Garry Addison, Thierry Fagard, Silvain Jouty op 6 juli 1970
Topo: Mont Blanc Granite volume 2, Topoguide Kletterfuhrer deel 1, Rockfax Chamonix. TD, 700m, 6b. In sommige topo’s 5c!
Gear: 1 set C4 cams van BD 0,3 t/m 4. C3 cams maat 0 (groen) en rood (1). Maat 0,75 t/m 2 dubbel. Een 5 is niet noodzakelijk, maar kan in de brede spleet wel prettig zijn (wij hadden hem niet). Kevlar of prusiktouw om de mephaakstanden te verbeteren is ook belangrijk.
Aanloop: Volg de gebruikelijke routebeschrijving totdat je bij de 3e morenerug bent (gezien vanaf Plan de l’Aiguille). Volg de rug een stuk naar boven (comfortabel pad), maar loop niet de volledige morenerug op naar de Blatiere. Daal de flank af in de richting van de Aiguille de l’M. Je komt dan in blokkenterrein in het verlengde van de Nantillons gletsjer. Loop zo mogelijk veel linkshoudend naar de instap, het kost misschien 15 minuten extra. Stijgijzers zijn vaak noodzakelijk. Loop niet onder het Rognon de Nantillons door, vooral in de middag is het hier erg gevaarlijk!


Een van de leukste tochten van afgelopen zomer was de ‘Christellina (6B+)’ met Dorien op de Mont Rouges de Triolet. Je klimt deze route vanuit de Dalmazzi hut in het Val Ferret, een prachtige, wilde plek aan de zuidkant van het Mont Blanc gebied. Ik was nog nooit in deze hut geweest en ik vind het altijd leuk om nieuwe plekken te ontdekken. En nu ik er geweest ben kan ik zeggen dat het zeker de moeite waard is. Het dal is erg mooi, de aanloop is niet al te lang (circa 2,5 uur) en de mensen van de hut zijn aardig. En vooruit, nog meer pluspunten: je hebt namelijk een gratis topo, geen Chamonix- stress voor het halen van de laatste lift, het is niet al te druk (wij deelden de hut met 10 anderen) en last but not least, het klimmen is er zeker de moeite waard.

Vroeg opstaan en hard afzien hoeft niet, want de routes komen pas vanaf 9.30 in de zon, maar we zweten toch behoorlijk tijdens de steile aanloop van circa 5 kwartier. Het kost ons helaas best wat tijd om de instap van de juiste route te vinden (er zitten 7/ 8 routes op een rij). Tip: er hangt een raar soort maillon in de eerste haak (als je de 6c+ skipt). Wij werden naar de route Christellina gelokt omdat de 2e lengte de omschrijving ‘traumriss’ krijgt in de Kletterfuhrer van Topoguide.de. Mooie spleten klimmen trekt ons altijd, en in deze lengte zou je ook nog eens redelijk wat eigen materiaal moeten plaatsen. Klinkt goed! En gelukkig worden onze hoge verwachtingen helemaal waargemaakt. Het is een toffe 50m lange 6a+ lengte vol met hand en vuistverklimmingen, echt te gek!


Ook daarna komen nog mooie lengtes. De 6B+ sleutellengte is tricky, maar goed te doen als je de beste ondergrepen weet te vinden en op je voetenwerk let. En het scheelt dat de boorhaken steeds precies op de juiste plekken zijn geplaatst. Vanaf de standplaats heb je mooi uitzicht op de gletsjer aan de overkant. Ik vrees wel dat door de klimaatverandering deze gletsjer in hoog tempo zal verdwijnen. Zo zonde….






Uiteindelijk bestaat deze route maar uit 6 lengtes, maar het zijn wel lange, continue moeilijke lengtes. We zijn daarom helemaal voldaan als we bovenaan komen en hebben pijnlijke tenen als we eenmaal op de top staan. Wie nog zin heeft kan abseilen en een van de naastgelegen routes doen. Die zien er ook erg leuk uit. Wij zijn terug gegaan naar de hut en hebben de volgende dag de ‘ INDICAZIONI OBBLIGATORIE ‘ gedaan vlakbij de hut (6B, 200m). Zeker ook de moeite waard, vooral voor de toffe 6b overhang lengte. Ik raad zelfs aan om deze routes op ÊÊn dag met elkaar te linken, omdat de top van de Indicazioni niet ver van de instap van Christellina ligt. Scheelt je wat geploeter door klauterterrein.

Al met al een geslaagd uitstapje naar de Dalmazzi hut. Dus mocht je de drukte van Chamonix willen vermijden maar wel mooi graniet willen klimmen, dan weet je waar je moet wezen đ